Veldstraat
Nieuwbouw aan de Veldstraat - de achtergronden.
Verbouw of nieuwbouw?
De locatie bestond uit schoolgebouw met schoolplein, aan drie zijden door andere bebouwing omsloten. De totale oppervlakte van het perceel is 30 x 55 m2. De korte kant ligt aan de Veldstraat. In eerste instantie is gekeken naar de mogelijkheden om het schoolgebouw te handhaven. Om de volgende redenen is daar niet voor gekozen:
Het gebouw dat uit de twintiger jaren dateert bleek in de zestiger jaren een vernieuwingsbeurt te hebben ondergaan waarbij alle architectonisch interessante details eruit waren gesloopt. Deuren, raamindelingen, niets van de oorspronkelijke architectuur was meer aanwezig. Wat over was gebleven was een volstrekt kleurloos en oninteressant gebouw.
Dat betekende dat voor verbouw een subsidie vanuit de monumentenhoek niet reëel mocht worden geacht. Stedenbouwkundig was de situering van het gebouw ook niet zodanig ideaal dat er op andere subsidies kon worden gerekend. Verbouw leverde echter een aanzienlijk financieel tekort op. Ik koos daarom voor sloop en nieuwbouw.
Keuze van de invulling.
De Noorderplantsoenbuurt bestaat voor het overgrote deel uit kleine woningen, één laag met een kap. Het makkelijkste was het om je daarbij aan te passen en het terrein met dat soort woninkjes in te vullen. Dat zou bijvoorbeeld hebben gekund door een U-vormige bebouwing rond een gemeenschappelijk middengebied. Voor dat soort woningen zijn in de stad altijd kopers te vinden. Maar zo’n verkaveling past absoluut niet in de omgeving en bovendien vind ik over het algemeen dat soort gemeenschappelijke binnengebieden van een grote treurigheid. Het worden nooit echte tuinen en het worden nooit echte straten. Ik koos ervoor om iets te bouwen dat een kwalitatieve aanvulling op de bestaande woningvoorraad zou zijn en niet slechts een getalsmatige uitbreiding. Ook al betekende dat een grotere onzekerheid over de verkoopbaarheid. Wat de verkaveling betreft wilde ik bouwen in de rooilijn, dus aan de straat. Maar 55 meter diepe kavels was misschien toch ook wel weer teveel van het goede. Dus werden er achter op het terrein 10 garages voor omwonenden ontworpen. (Dat zou er uiteindelijk één minder worden omdat de Gemeente erg bleek te hechten aan het handhaven van een 10 of 15 jaar oude schietwilg. En dat gaf her en der in de buurt aanleiding tot het fronsen der wenkbrauwen omdat diezelfde Gemeente precies in die tijd bezig was om het Noorderplantsoen grootschalig op te schonen, waarbij grote reuzen het veld moesten ruimen). Het werd dus een blokje van vijf koopwoningen met diepe tuin en daarin een garage. Naast het blokje ligt een toegang tot het achterterrein waar de garageboxen staan.
Uitgangspunten en woningontwerp.
De woningen meten ruim 5 bij 10 meter en hebben drie lagen. Gerrit van der Meer van architectenburo Oving maakte het ontwerp. Op de begane grond en de eerste verdieping zou het meest geleefd gaan worden, daar was het koken, werken en wonen gepland. Daarom wilde ik op die lagen een binnenhoogte van 2.90 meter. Op de bovenste verdieping was het slapen, daar is de gebruikelijke nieuwbouwhoogte van 2.50 meter aangehouden. Vanuit makelaarskringen kreeg ik eens de opmerking, dat die 40 cm extra hoogte dure lucht was, maar Ynte en ik hebben in Assen in een nieuwbouwhuis gewoond waar het plafond op 2.40 zat en ik vond dat vreselijk beklemmend. Een ouder kan er niet eens met een kind op zijn schouders rondlopen! En bij nieuwbouw kan het gewoon anders. (Ik blijf de verbouw van een oud pakhuis een andere zaak vinden) De ontwerper kreeg de opdracht dat er een groot aantal indelingsmogelijkheden zou moeten zijn zodat koperswensen makkelijk in te vullen zouden zijn. Zo werden bijvoorbeeld de duurdere schilvloeren opgenomen, zodat het leidingenpakket makkelijk omgelegd kon worden. Tegelijkertijd wilde ik ook mooie materialen, hardhouten kozijnen binnen en buiten, stompe deuren in plaats van de veel goedkopere opdekdeuren etc. Door al mijn wensen en uitgangspunten werden de woningen er natuurlijk niet goedkoper op. En om mij heen waren er mensen die zich afvroegen, of kopers dat soort zaken wel op waarde zouden weten te schatten. Was het niet veel verstandiger meer doorsnee -en dus goedkoper- te bouwen? Daar kon ik ook geen goed antwoord op geven, maar ik wilde toch vast houden aan mijn uitgangspunt, dat ik het zelf ook mooi moest vinden. En er zouden toch wel een paar mensen te vinden zijn die kwaliteit zochten?
Kopers en wensen.
Het kostte uiteindelijk slechts twee advertenties, begin september was er voor elk huis een koper. Met hen werden hun wensen tot veranderingen in het ontwerp besproken. De uitgangspunten van het ontwerp wierpen hun vruchten af: de wijzigingen konden tegen relatief geringe kosten worden opgenomen. Dit proces leidde tot vijf geheel individuele woningen. Bijna geen toilet of badkamer zit nog op dezelfde plaats. Drie keukens zitten aan de tuinzijde, twee aan de straat. In één woning is de begane grond 5 meter verlengd en is daar een woonkeuken en een logeervertrek. De gehele eerste laag is woonkamer, daarboven slaapt men. Twee andere woningen zijn eveneens verlengd- op verschillende manieren- maar hier zit op de begane grond eetkeuken en woonkamer. Slapen en werken op de verdiepingen. Twee hebben werkkamer en eetkamer op de begane grond en het wonen op de eerste laag. Het enige dat ik daarbij jammer vindt, is dat er nog maar één van de vijf buitentrappen is overgebleven. Ik vond dat totaalbeeld wel mooi, hoewel ik me ook realiseer, dat dat door beplanting en dergelijke wel snel aan het oog zou zijn onttrokken. Al die wijzigingen hebben veel tijd en energie gekost en ik ben er niet 100 procent zeker van of het ook in een volgend project weer mogelijk zal zijn om in deze uitzonderlijke mate aan individuele verlangens tegemoet te komen. Maar hier lukte het.
Verloop van de bouw.
In september 1999 werd de school gesloopt, 15 oktober werd ik eigenaar van de grond en meteen werd met de bouw begonnen, door aannemer Hans Kuhl uit Zwartemeer. De woningen werden in de zomer van 2000 opgeleverd.